Wet- en regelgeving detergenten en desinfectanten

Wet- en regelgeving detergenten en desinfectanten - 5.0 out of 5 based on 25 votes

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Regelgeving

Voor desinfectanten is was er de Biociderichtlijn uit 1998 (98/8/EG). Deze richtlijn is per 1 september 2013 vervangen door de Biociden Verordening (EU) 528/2012. De Biociderichtlijn had geen rechtstreekse werking en was geïmplementeerd in o.a. de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb). Dit hield in dat, alhoewel de tekst van de richtlijn vastligt, de lidstaten zelf konden beslissen op welke manier ze de uitvoering ervan gingen aanpakken.

De Biociden Verordening (EU) 528/2012 heeft wel een rechtstreekse werking en zal dus in alle landen van de EU op dezelfde manier werken. Verordeningen bevatten regels die direct gelden voor alle burgers in de landen van de Europese Unie. Zij hebben dezelfde werking als een nationale wet van één van die landen. Door de rechtstreekse werking is de vervanging van de bestaande richtlijn door een nieuwe verordening een nieuwe stap naar harmonisatie van de biocide regelgeving in Europa. Overigens biedt de verordening wel ruimte voor lidstaten om rekening te houden met de specifieke situatie in hun eigen land. De Biociden Verordening (EU) 528/2012 verordening is sinds 1 september 2013 van toepassing en daarmee volledig van kracht. Alle nationale wetgeving is aangepast aan de verordening. Het doel van de Biociden Verordening (EU) 528/2012 is om het functioneren van de biocidenmarkt in de EU te verbeteren en tegelijkertijd een grote mate van bescherming te bieden voor mens en milieu.

Uitgangspunt van de Biocidenverordening is dat men middelen met een biocidewerking of een biocideclaim alleen in bezit mag hebben, toepassen of verkopen als het middel is toegelaten op de Nederlandse of Europese markt. Het verkeerd gebruiken van biociden kan schadelijk zijn voor mens en milieu. Daarnaast kan het resistentie veroorzaken waardoor de bestrijding van ongewenste organismen in de toekomst steeds moeilijker wordt. Het Ctgb, College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden, heeft als taak om volgens internationale afspraken en in de wetgeving verankerde criteria te beoordelen of gewasbeschermingsmiddelen en biociden veilig voor mens, dier en milieu zijn. Ook beoordeelt het Ctgb of de middelen werkzaam zijn. Op grond van deze beoordeling besluit het college of het middel in Nederland verkocht én gebruikt mag worden.

Op detergenten is de Verordening 648/2004 betreffende detergentia van toepassing. Deze verordening omvat alle stoffen of preparaten die zeep bevatten of oppervlakte-actieve stoffen, die worden gebruikt voor wassen en reinigen. Deze detergenten kunnen in verschillende toestanden zijn (vast, als in poeder, pasta, tabletten en ook vloeibaar) en moeten zijn bestemd voor huishoudelijk, institutioneel of industrieel gebruik. Deze richtlijn geldt voor de hele Europese markt en moet concurrerend grensoverschrijdend aanbod mogelijk maken, terwijl er een hoge bescherming moet worden geboden ten aanzien van gezondheids- en milieueffecten.

Daarnaast is er ook nog de CLP-verordening (Classification, Labelling en Packaging). De CLP wordt in de Europese Unie ingevoerd, in de CLP verordening wordt overgegaan naar het GHS (Globally Harmonized System). De Richtlijn gevaarlijke stoffen en Richtlijn gevaarlijke preparaten worden hierdoor vervangen per 1 juni 2015. Leveranciers van desinfectiemiddelen (gevaarlijke stoffen) moeten hun etiketten voor deze datum hebben aangepast. Producten die voor die tijd zijn geproduceerd mogen nog met het ouden label worden uitgeleverd. Meer hierover ook in het artikel Veilig gebruik van detergenten en desinfectanten.